Biodiversiteit op D`n Hof van de Toekomst

Permacultuur betekent meewerken met de natuur. Daarvoor zijn er enkele spelregels opgesteld voor het tuinieren op D`n Hof zoals niet spitten, geen kunstmest en geen gif. Door te spitten wordt het bodemleven verstoord. Door een mulchlaag van blad en compost aan te brengen wordt de bosbodem nagebootst. In monoculturen zoals in de intensieve land- en tuinbouw kunnen weinig of geen organismen zich handhaven, omdat planten en dieren verschillende eisen stellen aan hun leefomgeving. In de permacultuur worden zoveel mogelijk planten met elkaar gecombineerd. Er zijn goede en slechte buren. In de groentetuinen worden veel bloemen en kruiden toegepast, omdat hierdoor veel insecten worden aangetrokken. Groenten hebben vaak last van plaaginsecten, maar door de variatie krijgen de bestrijders ook leefruimte, zodat de kans op een plaag beperkt wordt.

De grote tuinkamers worden gescheiden door twee houtwallen en rondom is er bosplantsoen met veel stinzeplanten als boshyacinth, daslook, lelietje van dalen en gewone vogelmelk. Door de natuurrijke omgeving weten allerlei dieren D`n Hof te bereiken zoals egels, eekhoorns, bosmuis en konijnen. Voor de bestrijding van rupsen zijn een tiental nestkastjes opgehangen, die goed bezet worden. In de omgeving nestelt een sperwer, die naast vogeltjes ook jonge konijntjes lust.

Achter in D`n Hof is een paraboolvormige aarden wal gemaakt, waarin een vleermuiskelder van enkele rioolbuizen is aangelegd. Door de ronde vorm van de wal schijnt er altijd de zon op. Aan de voorkant is een grote vijver aangelegd, zodat het zonlicht weerkaatst wordt. Op de wal zijn boomsoorten geplant, die deze warmte nodig hebben zoals perzik, amandel, abrikoos, granaatappel en kweepeer. De grond voor de wal is verschraald en ingezaaid met een kruidenmengsel. Langs de vochtige oever groeien echte koekoeksbloem, rolklaver, kattenstaart, wilde bertram. Er worden veel vlinders door aangetrokken zoals icarusblauwtje, bruine blauwtje, kleine vuurvlinder, hooibeestje en de Sint-Jansvlinder.

In de vijver leven amfibieën als bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad en alpenwatersalamander. Meerdere soorten libellen planten zich er voor; bijzondere soorten zijn bruine winterjuffer, tengere pantserjuffer, koraaljuffer en kleine roodoogjuffer.

Bij de ingang van D`n Hof is een vlindertuin aangelegd met nectar- en waardplanten, die ook aantrekkelijk zijn voor solitaire bijen en wespen. Er omheen liggen de kruidentuin , de eetbare tuin en de pluktuin, die nog meer variatie aan planten opleveren.

Er zijn al bijna twintig vlindersoorten geteld, waaronder twee soorten luzernevlinders en de koninginnepage, die haar eitjes afzet op peen en venkel.

Er is een bijenhotel geplaatst en jaarlijks brengt een imker in het voorjaar een bijenkas voor de bestuiving van de meer dan zestig fruitbomen.

Door de beschutting van de tuinkamers is de temperatuur in de tuin relatief hoog, zodat allerlei warmteminnende insecten er langer blijven hangen. Te denken valt aan wantsen als pijamawants, vuurwants  en kaneelglasvleugelwants.  Door de aanwezigheid van de gewone wolzwever, gewone knuppeltje, donkerbruine kromlijf en hongerwespen, soorten die parasiteren op solitaire bijen en hommels, blijkt, dat het daar goed mee gaat. Ieder jaar verschijnen er weer nieuwe soorten als beloning voor de goede omgang met het milieu.

Nico Ettema

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *